Diedro Casarotto-Radin op de Spiz di Lagunaz

Afgelopen weekend heb ik samen met Sytse Roos de ‘Diedro Casarotto-Radin’ (ED, VI+/A1) beklommen op de Spiz di Lagunaz. Een prachtige en machtige berg in de Pala di San Lucano group van de Dolomieten. Al jaren keek ik met vol ontzag naar het ruige en mysterieus afgelegen gebied. En nu ben ik erg blij dat we deze route hebben mogen beklimmen met schitterend zonnig weer op 12 – 14 oktober. Het was een tocht vol onzekerheden. Zou mijn knie  met de hechtingen mij parten spelen? En wat doet 4 weken niet klimmen en niet rennen met mijn (klim)conditie en mentale gestel? En de bosbrand die heeft gewoed op de 800m voorbouw? En hoeveel water komen we tegen op de route? Waar loopt de route? En die afdaling, die vreselijke afdaling?

Al met al was het een groot avontuur met onverwachte bivakplekken, tricky lengtes en helaas een close-call met losse rots (sorry Sytse!). En dit alles met drie dagen lang een droge mond en heel veel dorst. Maar de route was fantastisch. En het gebied is ontzettend ruig, afgelegen en majestueus. Wauw!

Sytse klimt in de gigantische diedre omhoog.

Expeditie Revelation Mountains 2019

Eindelijk heb ik tijd gevonden een verslag te maken over onze ontberingen en avonturen van afgelopen voorjaar in de Revelation Mountains, Alaska. Veel werk en de trouwerij van mijn liefste zusje hadden even de prioriteit.

Samen met Bas Visscher hebben we behoorlijk wat tegenslagen gehad maar ook onvergetelijke momenten. Een echte expeditie dus. Kort samengevat hebben we het volgende beklommen:

  • Titanic (2834 m) – eerstbeklimming via de noordgraat van de berg en derde beklimming van de berg tot zover bekend (1100 klimmeters, M5, 60°) .
  • Tantalus / Peak8910 (2716 m) – eerstbeklimming via het zuidcouloir en de tweede beklimming van de berg tot zover bekend (800 klim meters, M4, 60°, vreselijke sneeuw).

Nou dat klinkt toch alsof je daar meer over wilt lezen? Kijk dan gauw HIER voor een uitgebreid verslag. Daarna kan je ook even kijken naar Bas zijn uitgebreide verslag hier.

Bas op weg naar de top van de Titanic met op de achtergrond P8910 / Tantalus.

Sneeuw, kou en hoogte

Inmiddels zijn Roeland en ik weer terug in Europa en kunnen we terug kijken op een mislukte maar toch ook geslaagde expeditie. De expeditie is mislukt omdat we ons hoofddoel niet hebben gehaald. Sterker nog, we hebben het zelfs niet eens in het vizier gekregen. De Infinite Spur op Mount Foraker was dit jaar niet aan ons besteed. Zelfs de Sultana Ridge, de noordoost graat van Mt. Foraker, kon niet beklommen worden. Dit seizoen in de Alaska Range werd gekenmerkt door zeer grillig en onbestendig weer. Hoewel het er natuurlijk wel vaker sneeuwt en er stormen door het gebied razen was het dit seizoen extreem. Bijna elke dag dat wij er waren was de weersvoorspelling ‘70% chance of snow’ en geregeld zelfs nog slechter. Gelukkig hebben we wel nog drie mooie afzonderlijke dagen gehad waarop we wat hebben kunnen doen.

Een heldere ochtend na een nacht met veel sneeuw in 14.000 kamp (foto: R. van Oss).

Een heldere ochtend na een nacht met veel sneeuw in 14.000 kamp (foto: R. van Oss).

Vanwege het slechte weer hebben we vier dagen gewacht in Talkeetna om überhaupt ingevlogen te worden. Hierna hebben we de eerste week voornamelijk in de tent gezeten. Gelukkig had ik een goed boek. In de eerste week zijn we nog wel naar de voet van Mount Crosson geskied, de instap van de Sultana Ridge. Nadat we inzagen dat acclimatiseren op deze graat met het onbestendige weer gewoon levensgevaarlijk is, besloten we omhoog te gaan over de normaal route van de Denali. De eerste poging om op hoogte te komen mislukt. Rond 9000 ft komen we in een white-out waarop we besluiten onze tent op te zetten, in de nacht kunnen we zelfs de tent uitgraven. Dus de volgende ochtend met de staart tussen de benen weer terug naar BC.

Met de tweede poging besluiten we meer eten mee te nemen en de zwaardere tent. Langzaam dringt het tot ons door dat het weer patroon waarschijnlijk niet drastisch zal veranderen en dat een poging op Mt. Foraker niet realistisch meer is. Kortom, we doen water bij de wijn, en besluiten onze ogen te richten op het beklimmen van de Denali, met 6190 m de hoogste berg van Noord-Amerika. Voor Roeland zal dit de derde keer zijn op deze gigantische berg en voor mij is het een totaal nieuwe ervaring.

Op de eerste dag vellen we met één slee naar het 11.000 kamp en de volgende dag door naar het 14.000 kamp. Na een rustdag proberen we een eerste toppoging via de West-Butress.  Helaas moeten we op de Denali pas (5660m) omdraaien vanwege het verslechterende weer. Maar beiden voelden we ons sterk genoeg dus aan ons lag het niet. De volgende dag staat weer in het teken van sneeuw en rust. Op vrijdag 25 mei gaan we weer omhoog. Nu met twee tegengestelde weerberichten. Het weerbericht van het park voorspeld uiteraard ´70% chance of snow with clouds deteriorating in the evening´.  Het weerbericht wat Roeland doorgestuurd krijgt uit Europa voorspelt echter een prachtige dag. Dus we sporen door de verse sneeuw geheel alleen richting de top. Gek genoeg voel ik mij een stuk slapper dan twee dagen geleden. De benen voelen als pap. Ik weet de wijzer echter uit het rood te houden en als we op Denali pas aankomen is het prachtig weer en we hebben de berg voor ons alleen. Gelukkig is Roeland erg sterk en weet het grootste deel te sporen waardoor we rond 18hr op de top staan. Het is windstil en het uitzicht is hallucinerend.

Hoewel we dus erg pech hebben gehad met het weer komen we niet met een kater terug van de expeditie. Het hoofddoel is niet gehaald maar aan ons lag het niet. We voelden ons enorm fit en de sfeer was goed. Klimtechnisch hebben we weinig uitdaging gehad. Toch heb ik het gevoel dat ik nuttige ervaring en vertrouwen heb opgebouwd om mij te wapenen tegen de elementen ´kou´ en ´hoogte´. En het was natuurlijk al een geschenk om in de prachtige Alaska Range aanwezig te mogen zijn. De infinite Spur loopt niet weg!

Op de top van Denali (foto: R. van Oss)

Op de top van Denali (foto: R. van Oss)

Anchorage shopping

Het is woensdagochtend 9 mei en Roeland en ik zitten te wachten op onze lift naar Talkeetna. Maandagavond waren we, na een zeer voorspoedige reis, geland in Anchorage en opgehaald door Annie. De gastvrijheid van Annie is ongekend en na een 26 urige reisdag gaan we als kleine kinderen ons bedje in. Gisteren stond in het teken van voorbereiden op drie weken expeditie. Kortom boodschappen doen met als doel ‘genoeg te eten en drinken voor drie weken kamperen op een koude gletsjer’.

Roeland sorteert onze boodschappen.

Roeland sorteert onze boodschappen.

Anchorage telt minder inwoners als Utrecht maar is ongelofelijk weids opgezet.  Een kaarsrecht wegen netwerk met een rechthoekig patroon en grotendeels eenlaagse woningen met brede straten. En natuurlijk gigantische ‘shopping malls’ met reusachtige parkeerplaatsen. Want hier is het rijden van een 5.7 Lt pick-up truck heel gewoon. In de supermarkt is het duidelijk dat we in de VS zijn, het consumerende hart van de wereld. De producten met toegevoegde suikers zijn meer dan drie keer zo duur als natuurlijke producten. Voordeelverpakkingen zijn kolossaal. En dus obesitas een groot probleem.

De laatste berichten zijn dat het in de bergen heel veel heeft gesneeuwd. Voor dit weekend is er ook weer een grote ‘dump’ voorspeld. Laten we hopen dat dit voorlopige de laatste verstoring is van de atmosfeer boven ‘Denali National Park’. We wachten af!

Infinite Spur, Alaska – expeditie 2018

Op 7 mei vertrek ik samen met Roeland van Oss naar Alaska om een poging te wagen de ‘Infinite Spur’ op Mount Foraker (5304 m) te beklimmen. Mount Foraker is de op één na hoogste berg van Alaska en ligt op 63  ͦNB. We zullen ons basiskamp opslaan op de Kahiltna gletsjer vanwaar we een mooi weer window afwachten om een poging te wagen.

Mount Foraker, de Infinite Spur is de graat die net uit de schaduw tevoorschijn komt.

Mount Foraker, de Infinite Spur is de graat die net uit de schaduw tevoorschijn komt (bron: tbnelson – summitpost.org).

De Infinite Spur is voor het eerst beklommen in 1977 door Michael Kennedy en George Lowe. Het duurde maar liefst 12 jaar voordat de route werd herhaald in 1989 door Jim Nelson en Mark Bebie. Tot op de dag van vandaag kent de route in totaal slechts 11 succesvolle beklimmingen.

De route loopt door de zeer chaotische en instabiele zuidwand van Mt. Foraker. De ‘oneindige graat’ is bijna 3 km lang en vormt een unieke en veilige doorgang door deze wand. De Infinite Spur wordt gezien als een van de  ultieme ‘testpieces’ van de Alaska range en een absoluut hoogtepunt van elke alpinist die hem heeft beklommen. Daarnaast is de route, zover bekend, nog nooit door een Nederlands team beklommen.

De zuidwand van Mt. Foraker met ingetekend de lijn van de Infinite Spur. Bron: Supertopo Alaska.

Voortgang van de expeditie zal ik zo veel als mogelijk proberen bij te houden op deze site. De expeditie wordt ondersteund door Rab die ons voorziet in alle technische kleding om ons droog en warm te houden. Daarnaast wordt de expeditie financieel ondersteund door de NKBV.

rab_logo_black

nkbv

 

 

Rumanians in Patagonia

Van mijn Roemeense klimvrienden Sebastian en Aurel kreeg ik een leuk filmpje doorgestuurd over hun beklimming van de Aguja de l’S. En zowaar kom ik er  in het begin ook nog even in voor. Klimplannen maken in het hostel en lekker onzin ouwehoeren 🙂

Engagement Award

Op vrijdag 17 februari was er de jaarlijkse uitreiking van de Herman Plugge Award. Zoals altijd was het een erg gezellige avond waarop expeditieklimmers hun avonturen vertonen met een korte slideshow. Helaas werd de Plugge Award zelf  voor het tweede jaar op rij niet uitgereikt omdat er in 2016 simpelweg geen beklimmingen waren die voldeden aan de juryeisen. Wel werd de zogeheten Engagement Award uitgereikt aan de klimmers die de meeste commitment en doorzettingsvermogen hebben getoond. Omdat ik twee maanden op goed weer en goede condities heb zitten wachten in Patagonië werd de prijs aan mij uitgereikt. Een beetje een troostprijs maar uiteraard een erg leuk gebaar!

Bij deze wil ik graag nog mijn sponsors bedanken voor de ondersteuning van de expeditie:

Printlogolasportiva

En natuurlijk wil ik Jefta Smit bedanken voor het eindeloze wachten op mooi weer, hey we hebben het in ieder geval geprobeerd 🙂 En Jelle Staleman  en Boris Textor bedankt voor de mooie beklimming van de Poincenot. En tot slot Zac, Matt en Alec voor de beklimmingen van de Guillaumet en Domo Blanco.

De uitreiking van de Engagement award door Herman Plugge (links) en Peter Valkenburg (foto: Timo de Boer).

De uitreiking van de Engagement award door Herman Plugge (links) en Peter Valkenburg (foto: Timo de Boer).

 

Whillans–Cochrane, Aguja Poincenot

Na een maand wachten en een aantal mislukte pogingen in de bergen was mijn zelfvertrouwen inmiddels tot een absoluut dieptepunt gedaald. Wordt het mij nog wel gegund om een beklimming te maken in het prachtige Fitz Roy massief? Of ga ik naar huis met alleen de herinneringen aan het onstuimige weer en de moeilijke beslismomenten? Inmiddels zou ik al blij zijn met de kleinste ijs- of rotsroute die het massief te bieden heeft. Helaas zat de tijd met Jefta er alweer op maar gelukkig kon ik mij aansluiten bij Jelle Staleman en Boris Textor, die beiden voor de eerste keer in Patagonië zijn. Daarom ben ik heel blij dat ik kan berichten dat wij met z’n drieën op woensdag 11 januari op de top van de Aguja Poincenot (3002 m) stonden na een succesvolle beklimming van de Whillans-Cochrane route.

Jelle en Boris op weg naar Passo Superior, met links vh midden de Ag. Poincenot.

Jelle en Boris op weg naar Passo Superior, met links vh midden de Ag. Poincenot.

Het voordeel van het relatief koude en natte weer in de bergen is dat bepaalde routes juist beter in conditie raken. Zo had ik al gezien tijdens een tripje naar Piedra Negra dat de Whillans-Cochrane (550 m, M4, 70⁰, 5+) goed in conditie was, de gehele ‘rampe’ zat namelijk vol met sneeuw, een goed teken dus. De weersvoorspellingen voorspelden voor woensdag en donderdag een hoge druk en dus een mogelijkheid om te klimmen. De woensdag liet alleen nog harde wind van 100 km/hr op 3000 m zien dat gedurende de dag zou afnemen. Op de donderdag was de wind significant minder. Echter zou deze gedurende de dag juist weer toenemen. Uiteindelijk besloten we dat we wilden gaan klimmen op de dag waarop het weer gedurende de dag zou verbeteren, de woensdag dus.

Jelle voorklimmend in de ´rampe´.

Jelle voorklimmend in de ´rampe´.

Op de Passo Superior (1950 m) graven we in de sneeuw een sneeuwhol voor de tent. We worden gadegeslagen door een team van drie ingetogen Italianen en een team van drie vrolijke Argentijnen. Het is zonnig en vrij windstil waardoor onze inspanningen enigszins overdreven lijken. Maar uit ervaring weet ik dat het weer in Patagonië van de een op de andere seconde totaal kan omslaan, dus je kan niet wantrouwig genoeg zijn. En ja hoor, gedurende de nacht gaat het enorm tekeer. Naast ons horen we de tent van de Italianen vreselijk klapperen in de wind en moet ik denken aan de drie Argentijnen die bivakkeren zonder tent. Wat moeten zij een vreselijke nacht hebben.

Boris op de topgraat van de Poincenot!

Boris op de topgraat van de Poincenot!

Om 4hr15 vertrekken we in de nacht, die gelukkig enigszins tot rust is gekomen. Bij de Italianen en Argentijnen nog geen spoor van beweging. Het eerste stuk over de gletsjer gaat voorspoedig maar dan begint de diepe sneeuw. Jelle weet een mooi spoor te maken tot we bij een diepe randspleet komen die zeer lastig te passeren is. Al met al zorgt het diepe sporen en de randspleet voor behoorlijk wat vertraging. De 70⁰ sneeuw rampe klimmen we aan lopende zekering tot we bij de sleutellengte komen. Jelle klimt behendig en in goede stijl over de, met een dun laagje sneeuw bedekte, rotsplaten. In één beweging maakt hij zelfs gebruik van een toffe bijlplaatsing in een ondergreep, wauw! Op de schouder begint het 4e en 5e graads rots terrein en neem ik het scherpe eind van het touw over. Het route zoeken is niet eenvoudig en het is koud waardoor we alles met handschoenen aan klimmen. Na veel traverseren en een paar mooie doch eenvoudige secties klimmen we ons vast in een kleine brèche. We proberen weer terug naar rechts te klimmen waarbij ik na een moeilijk stuk opeens op een doodlopende toren sta. Inmiddels is de wind zeer nadrukkelijk en irritant aanwezig en daalt de moraal door de tijd die we verliezen. Na een vervelende abseil van de toren probeert Boris de route terug naar rechts weer te vinden. Nadat we een oude standplaats tegenkomen weten we dat we weer op de goede route zitten. Het laatste stuk naar de top klimmen we uit de wind en in de zon waardoor de moraal weer wat stijgt. Het voordeel van ons tijdsverlies is wel dat de wind inmiddels wat is gaan liggen. Om 17hr staan we dan eindelijk op de prachtige en scherpe top van de Aguja Poincenot. Als Jelle en Boris het laatste stuk nakomen naar het hoogste punt heb ik tijd om even goed van de omgeving te genieten. Voor mij wordt de horizon gevuld met de top van de machtige Fitz Roy. Hierachter ligt de Zuid -Patagonische ijskap dat door een dik pakket wolken wordt bedekt. Naar het oosten zie ik de gigantische Lago di Viedma schitteren in de zon. En in het westen, in de diepte, het ruige dal van de Cerro Torre met een bizar perspectief op El Mocho, de berg zonder top. De majestueuze, spitsige torens van de Cerro Torre en Torre Egger zijn, zoals zo vaak, volledig gehuld in dikke wolken en lijken dus in het landschap afwezig. Gelukkig staat de berg wel in mijn geheugen gegrift en op mijn netvlies gebrand. Ooit zal er weer een mooi weer venster komen om die torens te beklimmen!

Groepsfoto op de top vd Poincenot!!

Groepsfoto op de top vd Poincenot!!

El Chalten – Patagonië wk 1

Jefta en ik zijn nu ongeveer anderhalve week in het vredige dorpje ‘El Chalten’ in zuidelijk Patagonië. Toen we aankwamen met het vliegtuig konden we onze ogen haast niet geloven. De atmosfeer leek een zekere kalmte over zich te hebben die we in de gehele maand dat we drie jaar geleden hier waren niet één keer hadden gezien. De wolken hadden de vorm van lieflijke schapenvacht en wattendons en de lucht was simpelweg blauw. Drie jaar geleden kwamen we aan met een asgrijze lucht die gevuld was met schotelvormige, agressieve, langwerpige wolken en een wind die de landing van het vliegtuig behoorlijk deed schokken. Het was destijds een welkom zoals het Patagonië betaamt. Nu daarentegen, was het uitzonderlijk kalm.

Jefta tijdens de eerste prachtige dag met rechts de Fitz Roy en links de Cerro Torre

De eerste ochtend in ons hostel ‘Hem Herhu’ konden we heerlijk in de zon ontbijten. Daarna zijn we naar Laguna Torre gelopen. Een prachtige wandeling van twee uur naar een meer gelegen aan de voet van de Glaciar Grande. Hier kan je, als je geluk hebt, een prachtig panorama van de zuid en oostkant van de Cerro Torre, Torre Egger en Cerro Standardt aanschouwen. En die dag hadden we geluk want het was windstil met een aangename milde temperatuur en een ontzagwekkend uitzicht op de Cerro Torre. De zuidoostgraat van de Torre, ons hoofddoel van deze expeditie, lag er prachtig bij met bijna geen sneeuw. Ook de ‘headwall’, het moeilijke en steile deel helemaal bovenin de route, zag er zowaar heel droog uit en dus klimbaar! Drie jaar geleden was deze wand, in de enkele keren dat hij uit de wolken tevoorschijn kwam, geheel gehuld in een witte laag rijp (door de wind gevormd ijs). Met de aanblik van de Cerro Torre werd ik de gehele dag vervuld van hoopgevende emoties en positieve verwachtingen. We hebben een ruime maand om de Cerro Torre te beklimmen en nu al zijn de condities uitmuntend voor de tijd van het jaar. De relatief droge winter heeft ervoor gezorgd dat er wellicht een heel goed seizoen aankomt om rots routes te gaan ondernemen. Dit was ons drie jaar geleden niet gegund. Dit seizoen ging namelijk de boeken in als een van de natste en koudste zomers in decennia.

El chalten met op de achtergrond links de Cerro Solo en rechts de Fitz Roy en in het midden ons onzichtbare hoofddoel 😉

De tweede dag in Patagonië was de harde wind weer terug, constante wind van dertig knopen met uitschieters naar boven de vijftig. Dagen waarop je niets anders kan doen dan boulderen, lezen en nog maar een keer de weerberichten bekijken of er een goed-weer-window aankomt. Naarmate de dagen vorderden werd onze gemoedstoestand neerslachtiger. Toen het zelfs drie dagen onafgebroken regende in het dorpje El Chalten begon ik mij serieus af te vragen waarom ik in godsnaam naar Patagonië ben gegaan om te klimmen. In de rationele momenten echter besefte ik dat dit gewoon Patagonië is. Je geduld en veerkracht worden enorm op de proef gesteld en positief blijven is de kunst die je je eigen moet maken. Hoe moeilijk het soms ook is.

Boulderen rondom El Chalten

Afgelopen zaterdag leek de wind voor een halve dag even te gaan liggen. Op die dag ben ik in de nacht opgestaan om te proberen Cerro Solo te beklimmen. Een makkelijke berg met een eenduidige route naar een top met een verbluffend uitzicht. Mits hij niet in de wolken hangt uiteraard. Al onder de voet van de berg werd mij duidelijk dat de voorspellingen niet geheel betrouwbaar zijn. De puingoot waar ik door omhoog moest klimmen werd bestookt met harde rukwinden en wolken spindrift (door de wind aangevoerde sneeuw). Tot halverwege de route hield ik het vol waarop ik besloot om te keren. Ach het was een goede training voor de bovenbenen.

Selfie tijdens een poging op Cerro Solo, let op het grijze bandje vd rugzak, wapperend in de wind.

Nu ik dit schrijf zien de vooruitzichten er niet bijster positief uit. Gisteren zijn twee Spanjaarden tot de Passo Superior gelopen en hebben tot hun middel door de sneeuw moeten sporen. De oostkant van de Fitz Roy keten is zelfs niet één keer zichtbaar geweest. Een ander stel heeft gekampeerd op Campo Poincenot op 750 m. Zelfs hier heeft het flink gesneeuwd en is het landschap bedekt met een laag sneeuw. Kortom er heersen barre winterse condities in de bergen.

Over een paar dagen lijkt er een klein window aan te komen. De wind gaat liggen en de neerslag verdwijnt voor heel even uit het weerbeeld. We gaan dus zeer zeker de bergen in en wellicht wordt ons gegund een kleine route te klimmen. Want hier in Patagonië moet je pakken wat je pakken kan en blij zijn met wat je wordt gegund. Kortom je moet er maar het beste van maken.

Filmpje van de Ragni

Eigenlijk zijn er niet heel veel Nederlanders actief in het ver gelegen Patagonië. Daarom waren wij heel even in de veronderstelling dat er nog geen Nederlanders op de top van de Cerro Torre waren geweest. Maar niets is minder waar! Afgelopen zomer (winter bij ons) heeft David Bacci de eerste Nederlandse beklimming (tot zover bij mij en de CEAT bekend) van de Cerro Torre gemaakt. David klom de berg samen met Luca Godenzi over de westwand via de beroemde ijsroute ‘Ragni’. Later tijdens die trip klom hij ook nog eens de eerste herhaling van de Ragni op de oostpijler van Fitzroy. Dat deed hij samen met Matteo delle Bordella. Wat een prestaties en wat een mooi seizoen!

Zie hieronder een video van de beklimmingen van beide Ragni routes: