Sneeuw, kou en hoogte

Inmiddels zijn Roeland en ik weer terug in Europa en kunnen we terug kijken op een mislukte maar toch ook geslaagde expeditie. De expeditie is mislukt omdat we ons hoofddoel niet hebben gehaald. Sterker nog, we hebben het zelfs niet eens in het vizier gekregen. De Infinite Spur op Mount Foraker was dit jaar niet aan ons besteed. Zelfs de Sultana Ridge, de noordoost graat van Mt. Foraker, kon niet beklommen worden. Dit seizoen in de Alaska Range werd gekenmerkt door zeer grillig en onbestendig weer. Hoewel het er natuurlijk wel vaker sneeuwt en er stormen door het gebied razen was het dit seizoen extreem. Bijna elke dag dat wij er waren was de weersvoorspelling ’70% chance of snow’ en geregeld zelfs nog slechter. Gelukkig hebben we wel nog drie mooie afzonderlijke dagen gehad waarop we wat hebben kunnen doen.

Een heldere ochtend na een nacht met veel sneeuw in 14.000 kamp (foto: R. van Oss).

Een heldere ochtend na een nacht met veel sneeuw in 14.000 kamp (foto: R. van Oss).

Vanwege het slechte weer hebben we vier dagen gewacht in Talkeetna om überhaupt ingevlogen te worden. Hierna hebben we de eerste week voornamelijk in de tent gezeten. Gelukkig had ik een goed boek. In de eerste week zijn we nog wel naar de voet van Mount Crosson geskied, de instap van de Sultana Ridge. Nadat we inzagen dat acclimatiseren op deze graat met het onbestendige weer gewoon levensgevaarlijk is, besloten we omhoog te gaan over de normaal route van de Denali. De eerste poging om op hoogte te komen mislukt. Rond 9000 ft komen we in een white-out waarop we besluiten onze tent op te zetten, in de nacht kunnen we zelfs de tent uitgraven. Dus de volgende ochtend met de staart tussen de benen weer terug naar BC.

Met de tweede poging besluiten we meer eten mee te nemen en de zwaardere tent. Langzaam dringt het tot ons door dat het weer patroon waarschijnlijk niet drastisch zal veranderen en dat een poging op Mt. Foraker niet realistisch meer is. Kortom, we doen water bij de wijn, en besluiten onze ogen te richten op het beklimmen van de Denali, met 6190 m de hoogste berg van Noord-Amerika. Voor Roeland zal dit de derde keer zijn op deze gigantische berg en voor mij is het een totaal nieuwe ervaring.

Op de eerste dag vellen we met één slee naar het 11.000 kamp en de volgende dag door naar het 14.000 kamp. Na een rustdag proberen we een eerste toppoging via de West-Butress.  Helaas moeten we op de Denali pas (5660m) omdraaien vanwege het verslechterende weer. Maar beiden voelden we ons sterk genoeg dus aan ons lag het niet. De volgende dag staat weer in het teken van sneeuw en rust. Op vrijdag 25 mei gaan we weer omhoog. Nu met twee tegengestelde weerberichten. Het weerbericht van het park voorspeld uiteraard ´70% chance of snow with clouds deteriorating in the evening´.  Het weerbericht wat Roeland doorgestuurd krijgt uit Europa voorspelt echter een prachtige dag. Dus we sporen door de verse sneeuw geheel alleen richting de top. Gek genoeg voel ik mij een stuk slapper dan twee dagen geleden. De benen voelen als pap. Ik weet de wijzer echter uit het rood te houden en als we op Denali pas aankomen is het prachtig weer en we hebben de berg voor ons alleen. Gelukkig is Roeland erg sterk en weet het grootste deel te sporen waardoor we rond 18hr op de top staan. Het is windstil en het uitzicht is hallucinerend.

Hoewel we dus erg pech hebben gehad met het weer komen we niet met een kater terug van de expeditie. Het hoofddoel is niet gehaald maar aan ons lag het niet. We voelden ons enorm fit en de sfeer was goed. Klimtechnisch hebben we weinig uitdaging gehad. Toch heb ik het gevoel dat ik nuttige ervaring en vertrouwen heb opgebouwd om mij te wapenen tegen de elementen ´kou´ en ´hoogte´. En het was natuurlijk al een geschenk om in de prachtige Alaska Range aanwezig te mogen zijn. De infinite Spur loopt niet weg!

Op de top van Denali (foto: R. van Oss)

Op de top van Denali (foto: R. van Oss)

Posted in Alaska, alpinisme, Blog, Expedities.